De zestienjarige Staphorster Collin Veijer kreeg het motorracevirus met de paplepel ingegoten. Zowel zijn vader als drie ooms deden aan motorsport. Een interview met Nederlands toptalent Collin en vader Jurjen.
Tijdens het telefonisch interview laat vader Jurjen weten dat Collin ondertussen ook voor het vak Nederlands huiswerk aan het maken is. Hij doet dit jaar examen. Daarna hoopt hij het motorracen nog professioneler op te kunnen pakken. Collin staat binnen de Nederlandse Motorbond officieel als ‘bijzonder Nederlands talent onder de 21 jaar’ te boek, met een trofee als bewijs. Dat heeft z’n impact op het hele gezin, vertelt vader Jurjen Veijer. In huize Veijer is het eigenlijk allemaal motorracen wat de klok slaat. “We zijn er inmiddels mee vergroeid want Collin rijdt vanaf z’n vierde.”
Informatie ontvangen over adverteren in het Weblog Staphorst Magazine? Vul hier je e-mailadres in en wij nemen contact met je op.
‘Als je racen wilt, moet je er voor werken’
De knul reed als kleuter al op een mini-bike. Dat is geen toeval want zowel zijn vader als vrijwel al zijn ooms deden aan motorracen. “Wij waren thuis met vijf broers. Eentje hield het bij voetballen, de rest deed aan racen. Mijn broer Joan begon met zo’n Kreidler. Arno, Reinold en ik volgden al snel. Je moet je voorstellen wat daarbij kwam kijken, dat waren enorme investeringen, maar mijn vader zei gewoon: als je dat wilt, moet je er maar voor werken. En dat deden we.”
Met zijn eigen zoon Collin pakt hij het anders aan. “Ik ga helemaal voor die jongen, mits hij dat zelf ook doet. Als Collin niet zeker van zijn zaak zou zijn, hadden we dit interview niet gehad. Dan was het bij een hobby gebleven.” Maar een hobby is het zeker niet. De pas zestienjarige Staphorster heeft al heel wat races gereden, met name in Italië en Spanje en niet zonder succes. Op zijn achtste was hij al Nederlands Kampioen Minibike en nam deel aan het CIV wegrace Kampioenschap in Italië. Hij werd Europees Kampioen in de MiniGP klasse en sleepte een flink aantal prijzen in de wacht in de pre-Moto3 klasse en later in de Moto3 klasse. Vorig jaar reed hij zich in de kijker zodat hij dit jaar weer kan deelnemen, als enige Nederlander, aan de Red Bull MotoGP Rookies Cup, de topklasse voor jonge talenten in de wegrace. Een vergelijking met een zekere Nederlandse autocoureur in zijn jonge jaren dringt zich op.
Met zo’n talent heeft het gezin het enorm druk, en Collin zelf moet ook flink aan de bak. “Ik moet komend jaar mijn vmbo-examen doen,” vertelt Collin. “Ik zit op een gewone school, dus geen topsportopleiding of iets dergelijks. Voor dit jaar betekent dat een halve week stagelopen en een halve week lessen volgen. Ik ga ervan uit dat alles goed gaat, zodat ik na dit jaar me volledig op mijn sport kan focussen. Ik wil professioneel motorracer worden.”
‘Je moet er helemaal voor gaan, ook voor de sponsoren’
Die professionaliteit ontbreekt er overigens nu ook al niet aan. Naast vader Jurjen gaat het hele gezin er in mee. Inclusief opa en oma die regelmatig de tien- en veertienjarige zussen van Collin onder hun hoede nemen. “Ik ben zelf in 2003 met het racen gestopt en nam de industriële houtbewerkingszaak van mijn vader over,” vertelt vader Jurjen. “Ik heb bewust die keuze voor het ondernemen gemaakt, en ondertussen zag ik Collin doorgroeien in de motorsport. Na verschillende successen vonden we een sponsor. Dat is nodig want de sport kost een heleboel geld. Als je door wilt, heb je die sponsoren hard nodig. Dat blijft ook nu constant een uitdaging. Je moet je meten aan de internationale rijders. Dat lukt in Nederland niet, daarvoor moet je naar Spanje of Italië. Dat doen we dan ook regelmatig. Soms gewoon een weekend heen en weer. Doe je dat niet, dan neem je het niet serieus genoeg. Daarom is het zo belangrijk dat niet alleen Collin zelf, maar ook de familie om hem heen hiervoor gaan. Je doet het goed of niet. Dat is ook voor de sponsoren van belang.”
Vorig jaar heeft Collin nog een redelijk aantal internationale wedstrijden kunnen rijden, vlak voor de lockdown. “Het werd een hectisch seizoen omdat al die wedstrijden tussen de lockdowns gepropt werden. Uiteraard werden de jongens steeds weer getest. Het moest wel veilig verlopen.”
‘Als topsporter moet hij met die spanning om kunnen gaan’
Momenteel is Collin naast zijn schoolwerk, bijna dagelijks aan het trainen. “Ik ben aan het fietsen, hardlopen en doe aan krachttraining. Je moet een enorm sterk lijf hebben om die motor onder controle te houden en zo goed mogelijk te besturen. Ik moet spiermassa kweken, maar mag ook weer niet te zwaar worden. Ik heb ook wel eens gereden met twintig kilo extra aan de motor omdat ik nog te licht was. Het moet allemaal kloppen. Ook mentaal. Je moet de kop erbij houden en je goed kunnen focussen. Ik moet me niet af laten leiden, niet in paniek raken of boos worden. Emoties onder controle houden.” “De boog is constant gespannen,” voegt vader Jurjen eraan toe. “Als topsporter moet hij daarmee leren omgaan.” Op de vraag of Collin zich anders voelt dan zijn klasgenoten of vrienden antwoordt hij: “Ik heb vrienden in de motorsport die met hetzelfde bezig zijn, maar ook op school heb ik wel vrienden. Die maken zich overigens regelmatig veel drukker dan ik. Ik ben misschien mentaal een stukje verder. Ik ben in bepaalde situaties rustiger dan de rest. Stressen heeft geen zin. Ook dat is een training voor mij. Blijven focussen en opletten en mijn eigen koers blijven varen.”
‘Ik heb wel eens de 230 kilometer per uur aangetikt’
In februari werd Collin zestien jaar. Dat biedt nieuwe mogelijkheden. Als hij het dit voorjaar goed doet in de Red Bull Rookies wordt de kans groter door te stomen naar de Moto3 GPklasse. “Dat gaat hard ja,” vertelt vader Jurjen trots. “Gemiddeld rijden die jongens al wel 180 kilometer per uur.” Collin: “Harder hoor. Wel 200 kilometer per uur. Het is per baan verschillend. Met de Moto3 heb ik eens op een lang recht stuk op topspeed de 230 aangetikt.”
Het gaat hard. Zowel op de motor als met zijn ontwikkeling als topsporter. “We maken met het gezin heldere keuzes, daar praten we over. Als die jongen topsporter wil worden dan zetten we ons daarvoor in. Die steun van de ouders is belangrijk, anders wil het gewoon niet. Maar het blijft zijn eigen keuze. Hij heeft eerder ook op een goed niveau gevoetbald bij PEC Zwolle. Twee sporten op hoog niveau doen, is echter ondoenlijk. Hij koos zelf voor het motorracen.”
Dat de weg naar de top ook offers brengt, weet Collin inmiddels al wel. “Ik heb wel vrienden, maar moet soms ook ‘nee’ zeggen tegen bepaalde dingen. Ik ga niet uit en kies in alle gevallen voor de sport. Dat geeft niet. Ik weet waar ik het voor doe.” “Als hij ervoor gaat, gaan wij er ook voor,” voegt vader Jurjen toe.