Wonen

Opgroeien in Staphorst

Hoe ziet een fijne gemeente eruit door de ogen van kinderen en jongeren?

Voor volwassenen is een fijne woonplaats vaak een optelsom van praktische dingen: een huis, werk, bereikbaarheid, winkels en voorzieningen. Kinderen en jongeren kijken anders. Voor hen kan een dorp worden samengevat in een voetbalveldje, de route naar school, een plek om met vrienden af te spreken en de vraag of er na acht uur ‘s avonds eigenlijk nog iets te doen is.

Informatie ontvangen over adverteren in Weblog Staphorst Magazine? Vul hier je e-mailadres in en wij nemen contact met je op.

Dat maakt het interessant om naar Staphorst te kijken vanuit de generatie die hier de komende decennia moet wonen.

Vrijheid begint dichtbij huis
Voor jonge kinderen is de directe woonomgeving hun wereld. Kunnen ze veilig buiten spelen? Is er een stoep, grasveld of speeltuin? Kunnen ze zelfstandig naar een vriendje?

In een dorp is die bewegingsvrijheid vaak groter dan in een drukke stad. Tegelijk zijn afstanden in een uitgestrekte gemeente soms fors. Niet ieder kind woont op loopafstand van school of sport.

De fiets is daardoor belangrijk. Veilige routes zijn geen detail in een mobiliteitsplan, maar bepalen letterlijk hoeveel zelfstandigheid een kind krijgt.

Daarna wordt de wereld groter
Rond de middelbare school verandert dat. Vrienden wonen verder weg, school kan buiten het dorp liggen en ‘ergens afspreken’ wordt belangrijker dan een speeltuin.

Jongeren hebben ruimte nodig waar ze welkom zijn zonder dat ze meteen iets hoeven te kopen. Dat kan een sportvereniging zijn, een jongerenactiviteit, een openbare plek of een voorziening waar ontmoeting centraal staat.

De kunst is om niet alleen vóór jongeren te bedenken wat ze nodig hebben, maar ze zelf te vragen wat werkt.

“Hier is niks te doen”
Iedere generatie jongeren zegt het op enig moment. Zelfs in Amsterdam zal ergens een zestienjarige verklaren dat er nooit iets gebeurt.

Toch zit er onder die uitspraak soms een serieuze vraag. Welke activiteiten zijn er voor jongeren die niet sporten? Waar kun je ‘s avonds terecht? Hoe bereikbaar zijn voorzieningen zonder auto? Is er ruimte om zelf iets te organiseren?

Een gemeente hoeft niet iedere vrijdag een festival te organiseren. Maar een omgeving waar jongeren zich gezien voelen, helpt om betrokkenheid te behouden.

Sport als ontmoetingsplek
Sportverenigingen spelen in Staphorst een grote sociale rol. Kinderen leren er niet alleen een sport, maar ook samenwerken, afspraken nakomen en omgaan met winst en verlies.

Voor ouders is de vereniging vaak net zo goed een ontmoetingsplek. Langs de lijn worden contacten gelegd die weinig met de wedstrijd te maken hebben.

Dat vrijwilligers zulke verenigingen draaiende houden, is waardevol maar ook kwetsbaar. Besturen, trainers, kantinediensten en vervoer vragen tijd. Als steeds dezelfde kleine groep alles moet doen, komt er druk op het systeem.

Wie wil dat kinderen kunnen blijven sporten, moet daarom soms ook bereid zijn een keer achter de bar te staan.

Wonen wordt al jong een onderwerp
Voor een kind van twaalf is de woningmarkt ver weg. Voor iemand van twintig ineens niet meer.

Jongeren die in de gemeente willen blijven, lopen tegen dezelfde krapte aan als starters elders. De woningbouwplannen tot 2030 zijn daarom ook jeugdbeleid, al heet het niet zo.

Een betaalbare eerste woning kan bepalen of iemand in Staphorst of Rouveen blijft, tijdelijk thuis blijft wonen of naar Zwolle, Meppel of verder verhuist.

Vertrekken is natuurlijk niet verkeerd. Studeren en elders wonen verbreden de wereld. Interessant wordt het wanneer iemand later graag terug wil maar geen passende woning kan vinden.

Werk om de hoek
Tegelijk biedt de lokale economie kansen. Tijdens de Open Bedrijvendag in november kunnen jongeren kennismaken met bedrijven en beroepen in de gemeente.

Dat is belangrijk, omdat het beeld van lokaal werk soms achterloopt op de werkelijkheid. Techniek is steeds digitaler, bouwbedrijven werken met geavanceerde systemen en IT-bedrijven bedienen klanten ver buiten de regio.

Een jongere kan dus in een dorp wonen en toch werken aan projecten die nationaal of internationaal zijn.

Wat willen we dat ze later zeggen?
Misschien is dat de beste manier om naar jeugdbeleid te kijken.

Als iemand op zijn dertigste terugdenkt aan opgroeien in Staphorst, wat hopen we dan dat hij of zij zegt?

Dat er ruimte was. Dat je veilig naar vrienden kon fietsen. Dat er verenigingen waren waar je welkom was. Dat volwassenen luisterden wanneer jongeren een idee hadden. Dat je best weg mocht, maar ook terug kon komen.

Een gemeente voor jongeren bouw je niet met één jongerencentrum, één speelveld of één evenement. Het zit in de optelsom van wonen, onderwijs, sport, vervoer, ontmoeting en ruimte om zelfstandig te worden.