Waar wonen we straks – en kan de volgende generatie hier blijven?
Je bent 24, hebt een vaste baan en wilt eigenlijk maar één ding: in de buurt blijven wonen. Je familie woont hier, je vrienden wonen hier en op zaterdag sta je op het sportveld. Alleen ontbreekt er één vrij essentieel onderdeel: een huis. Het is een situatie die veel jonge inwoners zullen herkennen. Wie in Staphorst, Rouveen, IJhorst of Punthorst wil blijven, merkt dat de woningmarkt krap is. De vraag is groot, het aanbod beperkt en nieuwbouw kost tijd.
Juist daarom staat woningbouw de komende jaren hoog op de agenda. De gemeente Staphorst rekent tot 2030 op een behoefte van ongeveer duizend extra woningen. Richting 2040 komt daar volgens de huidige opgave nog eens ongeveer hetzelfde aantal bij. Dat is veel voor een gemeente die nu ongeveer zesduizend woningen telt. Het betekent dat het straatbeeld op verschillende plekken zichtbaar zal veranderen.
Die groei is niet alleen een kwestie van aantallen. Achter iedere woning zit een huishouden en achter ieder woningtype zit een andere behoefte. Een starter zoekt iets anders dan een gezin met drie kinderen. Een oudere die een groot huis wil verruilen voor een gelijkvloers appartement heeft andere wensen dan iemand die voor het eerst zelfstandig gaat wonen. De kunst is daarom niet alleen om veel te bouwen, maar vooral om de juiste woningen op de juiste plek te realiseren.
Informatie ontvangen over adverteren in Weblog Staphorst Magazine? Vul hier je e-mailadres in en wij nemen contact met je op.
Rouveen groeit verder
Een van de plekken waar de uitbreiding concreet wordt, is Rouveen Zuid. De ontwikkeling bestaat uit meerdere fasen. In fase 2 is ruimte voorzien voor maximaal 122 woningen. De opzet is nadrukkelijk gemengd: sociale huur, betaalbare koop en het duurdere koopsegment krijgen allemaal een plek. Dat is belangrijk, omdat een wijk met alleen grote koopwoningen weinig doet voor starters en een wijk met uitsluitend kleine woningen weer minder aantrekkelijk is voor gezinnen die willen doorgroeien.
Ook de inrichting van de wijk krijgt aandacht. Groen, water, speelruimte en verbindingen voor fietsers en wandelaars zijn geen versiering achteraf, maar onderdelen die bepalen of een nieuwe buurt prettig wordt. In een dorp waar veel mensen elkaar kennen, is de openbare ruimte bovendien de plek waar een nieuwbouwwijk langzaam een buurt wordt.
Voor fase 2 wordt de verkoop van gemeentelijke kavels op zijn vroegst in de tweede helft van 2027 verwacht. Daarna ligt er nog een volgende fase in het verschiet. Dat maakt duidelijk waarom woningbouw soms traag voelt. Tussen een eerste plan en de sleutel in de voordeur zitten grondverwerving, onderzoeken, participatie, procedures, aanleg van wegen en nutsvoorzieningen en uiteindelijk de bouw zelf.
IJhorst: kleiner van schaal, groot voor het dorp
Ook IJhorst staat niet stil. Aan de oostkant van het dorp, in de omgeving van de Koedrift en Heerenweg, ziet de gemeente ruimte voor ongeveer dertig woningen. Op het eerste gezicht is dertig niet veel naast de honderden woningen die elders worden genoemd. Voor een kleinere kern kan zo’n uitbreiding echter veel betekenen.
Nieuwe woningen kunnen jonge inwoners de kans geven om in het dorp te blijven. Tegelijk kunnen passende woningen voor ouderen beweging in de bestaande voorraad brengen. Als iemand een grote woning achterlaat voor een kleiner, levensloopbestendig huis, ontstaat er ruimte voor een gezin. Zo kan één nieuwe woning indirect meerdere verhuizingen op gang brengen.
De plannen voor IJhorst bevinden zich nog in een vroege fase. Dat is belangrijk om erbij te zeggen. Een mogelijke bouwlocatie is nog geen wijk en een genoemd aantal is nog geen garantie. De komende jaren moeten plannen verder worden uitgewerkt en krijgen omwonenden en belangstellenden gelegenheid om mee te denken.
Niet alleen nieuwbouw
Wie het woningprobleem uitsluitend bekijkt als de opdracht om zoveel mogelijk huizen neer te zetten, mist een belangrijk deel van het verhaal. Doorstroming is minstens zo relevant. In veel Nederlandse dorpen wonen één- of tweepersoonshuishoudens in een woning die ooit voor een gezin is gekocht. Dat is op zichzelf natuurlijk geen probleem: iedereen mag wonen waar hij wil. Maar wanneer iemand wél kleiner zou willen wonen en er is geen geschikt alternatief, blijft een verhuisketen uit.
Daarom zijn appartementen en levensloopbestendige woningen interessant. De 23 sociale huurappartementen aan de Berkenlaan in Staphorst zijn daar een concreet voorbeeld van. Het grootste deel is bedoeld voor senioren. Op dezelfde locatie kwam een nieuw dienstencentrum, waardoor wonen, ontmoeting en voorzieningen bij elkaar komen. Het is precies het soort project dat laat zien dat woningbouw ook over leefbaarheid gaat.
Een dorp moet een dorp blijven
Groei roept ook vragen op. Hoe voorkom je dat Staphorst of Rouveen langzaam een verzameling nieuwbouwwijken wordt die overal in Nederland had kunnen liggen? Hoe zorg je dat verkeer, scholen, sportvoorzieningen en winkels meegroeien? En hoeveel groen wil je bewaren?
Dat gesprek is belangrijk. De aantrekkingskracht van de gemeente zit voor veel inwoners juist in de combinatie van ruimte, herkenbaarheid, gemeenschapsgevoel en nabijheid van Zwolle en Meppel. Als je alleen woningen toevoegt zonder naar de omgeving te kijken, kun je precies datgene aantasten waarvoor mensen hier willen wonen.
Goede woningbouw gaat daarom over meer dan gevelstenen. Een nieuwe wijk moet logisch aansluiten op bestaande routes. Kinderen moeten veilig naar school kunnen. Water moet bij hevige regen ergens heen kunnen. Er moet ruimte zijn voor bomen en spelen. En bewoners moeten niet het gevoel krijgen dat hun straat in korte tijd verandert zonder dat ze invloed hebben.
Dan is er nog het stroomnet
Alsof bouwen nog niet ingewikkeld genoeg was, is er een relatief nieuw probleem bijgekomen: netcongestie. Sinds 1 juli 2026 plaatst Enexis in het gebied aanvragen voor nieuwe of zwaardere elektriciteitsaansluitingen op een wachtlijst. Dat raakt inwoners en ondernemers, maar kan ook woningbouwprojecten raken.
Voor bepaalde woningbouw- en onderwijsprojecten kan via de gemeente voorrang worden aangevraagd. Staphorst heeft daarom concrete projecten verzameld om een prioriteitenlijst te kunnen maken. Het klinkt technisch, maar de gevolgen zijn heel praktisch. Een huis kan pas echt functioneren wanneer er stroom beschikbaar is. De capaciteit van het elektriciteitsnet is daarmee ineens een factor in de snelheid waarmee nieuwe woningen gerealiseerd kunnen worden.
De belangrijkste vraag
Toch draait de woningbouwopgave uiteindelijk niet om duizend woningen, percentages of plankaarten. De echte vraag is eenvoudiger: kunnen mensen die hier hun leven hebben opgebouwd ook in de toekomst een passende woning vinden?
Voor de 24-jarige starter uit het begin van dit verhaal betekent dat een betaalbaar huis. Voor een gezin kan het een volgende stap zijn. Voor een oudere misschien een comfortabel appartement dichtbij voorzieningen. En voor iemand die na jaren elders te hebben gewoond terug wil naar de gemeente, kan het simpelweg de mogelijkheid zijn om weer thuis te komen.
Staphorst gaat de komende jaren zichtbaar veranderen. Er komen straten bij, buurten groeien en plekken die nu nog weiland of bouwterrein zijn, krijgen een adres. Dat hoeft het karakter van de gemeente niet te verminderen. Als er zorgvuldig wordt gebouwd, kan groei er juist voor zorgen dat nieuwe generaties onderdeel blijven van dezelfde gemeenschap.
Misschien is dat wel de beste maatstaf voor al die woningbouwplannen: niet hoeveel huizen er op papier staan, maar hoeveel mensen er straks een thuis vinden.